Een ontroerende plechtigheid

(Verslag uit: Urker Volksleven, 17e jaargang nr. 4 mei 1990, auteur onbekend)

Onthulling Urker Monument
De klok der Nederlandse Hervormde Kerk luidde. De bevolking trok kerkhofwaarts...
Onder leiding van korporaal Coenen werd de eerewacht door de Urker militairen bij het monument betrokken. Correct, stram in de houding, stonden ze in ‘t gelid.
De onthulling van het Monument voor gevallen Urkers had ook hierdoor een zeer indrukwekkend en plechtig verloop. Alle aanwezigen waren diep onder de indruk van de eer hiermede onze Urker helden gebracht. En de belangstelling was geweldig groot. Rondom het plein bij het kerkhof stond de menigte dicht opeen. Zelfs op de daken van de omliggende huizen waren er verscheidenen geklommen om maar iets te zien van dit plechtig gebeuren. Luidsprekers maakten het gesprokene overal verstaanbaar en de kerktelefoon gaf alles duidelijk weer voor de zieken. Plaatselijke autoriteiten als de Burgemeester, Wethouders, Artsen, Predikanten, etcetera waren allen aanwezig. Uit Den Haag waren overgekomen luitenant Kolonel Somers, chef van Paulus. Hoekman, Mr. Jonkers, bij wien hij thuis was, voorts Opperwachtmeesters Beuvink en Driessen uit Grave en Dr. Kanters. Verder waren aanwezig familieleden van de gevallenen en deputaties van verenigingen en instanties waarmede zij waren betrokken. De onthullingsrede sprak de voorzitter van het Comité, de heer J. Brouwer Lz., uit. Hij gaf een overzicht van de totstandkoming en wees op het doel, te eeren hen, die hun leven gaven of lieten voor de bevrijding van ons vaderland. Hierna werden de omhulselen weggenomen en kwam het monument waarop dertien namen, te weten:

P. Hoekman
P. Romkes
H. Hoefnagel
P. Brouwer
Adr. Pasterkamp
P. Hakvoort
J. Ras
J. Pelleboer
G. Korf
J. v.d. Berg
S. v.d. Berg
K. Kapitein
J. Hakvoort
te voorschijn. De steen wordt geflankeerd door een beeld van en Urker en een Urkerin. Bovenaan het wapen van Urk met daarboven: In Memoriam. Allen stonden en met van ontroering vervulde stemmen werd na een korte wijle van stilte aangeheven:
Wij denken hier aan hen die vielen Voor de vrede naakte...
Daarna begon de kransen- en bloemenhulde, die grootsch was. Allen die hieraan medededen te noemen, gaat niet. Corporaties, familie, vrienden, militairen, autoriteiten, het was ontzaglijk en menige traan werd weggeveegd, als men dacht aan hen voor wie deze stille en eerbiedwekkende hulde was. Laat ons wijzen op de grootmoeder, die ondersteund, nader trad voor het eeren van haar beide kleinzoons en op de Opperwachtmeester Beuvink, die aan de zelfopofferende moed van Pieter Hoekman zijn leven dankt. Door twee leden van de Koninklijke marine werd de vlag halfstok geheschen en plechtig klonk het Wilhelmus...

Daarna droeg de heer Brouwer het Monument over aan het Gemeentebestuur. Hierna sprak Burgemeester Keijzer. Hij wees op dit aangrijpende moment. Dit uur bepaalt ons bij het vreeselijk leven van 1940-1945, het herinnert ons aan de afgaande cultuur van wreed geweld. ‘T gemeentebestuur neemt van harte en gaarne het monument over. Hij dankt de Commissie, Architect en bouwers. Er is voortreffelijk aan gewerkt. Hij doet een beroep op de bevolking, het gaaf en mooi te houden tot in verre jaren. Hij waardeert zeer, dat er ook zoveel medewerking van buiten voor dit echte Urker monument was gekomen. De dertien namen roepen gedachten op van bloed, tragiek, verraad en wat aan dierbaren de oorlog ons heeft gekost. De bloedverwanten zullen zich dit nu het sterkst bewust worden. Hij wijst verder op het verleden, maar zoo zegt Spreuken - richt ook een blik op de toekomst. Deze steen wil ons uit het verleden doen leeren, maar het is nog een gevaarlijke tijd. Het geestelijke leven is laag gestemd. Waakt, en laten we al onze krachten inspannen voor ons geliefde Vaderland en Koningin en denken aan hen, van wien dit monument getuigt, dat zij die hooge idealen hebben betracht.
Tweede spreker was Ds. Spijker, voorzitter der COV, die de gevallenen herdacht in hun liefde voor Vaderland en Vorstin. Im memoriam, om te gedenken. Zij lieten hun leven. Laten wij in de toekomst daaraan denken en de band Nederland en Oranje verinnigen. Deze diepe ernstige dag roept ons ook toe: gedenk te sterven, in en voor de liefde tot Christus.
De heer G. Hetebrij sprak als ex-commandant van de NBS. Dit monument spreekt in verschillende taal van de voorbije tijd. Van razzia's, taal der zee: mijnengevaar, van heldenmoed en van - zelfs na de bevrijding - de strijd tegen den geest uit de afgrond. Toch ook van een heerlijke tak: de vrijheid. Laten wij het voorbeeld volgen en spreke dit monument ook voor ons: Tot de wet en de getuigenis.
Luitenant Kolonel Somers wees op het moeizaam leven en veel ontberingen van Piet Hoekman in zijn strijd voor Vorstin en vaderland. Hij is één der besten geweest. Als zijn chef heeft hij hem leeren kennen als een koppig, star man, vol van wil, groote opoffering en doorzettingsvermogen. Tot zijn laatsten snik streed hij voor zijne kameraden. Hij stelt de Urker bevolking hem tot voorbeeld. Op deze Koninginnedag is het treffend dit gebeuren te hebben. H.M. heeft steeds veel belangstelling gehad in de Engelandvaarders en was hen ‘n moeder. Laten de Urkers ‘t voorbeeld van Piet Hoekman voor oogen houden en tot leidraad nemen.
Dr Kantens brengt hulde aan Paulus. Hoekman. Hij wijst op diens bijzondere eigenschappen. Een vader voor de Engelandvaarders. Bij zijn wederkeer in ‘t vaderland verleende spreker hem onderdak, e zoo heeft hij hem leeren in zijn onbegrensde offervaardigheid. Hij bleef in de aanval, ook toen ze in de val zaten en heeft zoo velen gespaard. Daarvoor verdient deze held d bijzondere dank en hulde.
Ds. Doorenbos sprak als predikant. Ook de kerken hadden het zwaar te verduren. Hier werden godsdienstoefeningen verstoord. Spreker wees op den Zondag met Bediening Heilig Avondmaal, dat deze zelfs werd verhinderd. Hij gedenkt de offers. Laten we de namen in herinnering houden, dankbaar gedenken en tot God opzien, die hen kracht gaf. Hier staan de namen in steen maar dat ze mogen staan in het boek des levens, waarin wij ook zulk een naam zoeken te verwerken.
Ds. Pietersma neemt als thema: Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere gedenkt aan mij. Dit monument spreekt van nood, smart en tranen. De nabestaanden weten dit best, maar het kruis van Jezus Christus redt van ellende en nood.
A. Hoekman spreekt hierna woorden van dank voor alle nabestaanden, die in het monument worden geëerd.
F. Bode Jr. Sluit de rij der sprekers met dank te brengen aan alle helpers, bouwers, ontwerpers enzovoort, waarvan verschillende met name worden genoemd. De Christelijke Muziekvereeniging had bij deze onthulling een belangrijk aandeel. De omwonenden riep spreke op, het monument te bewaken. Hij stelt vertrouwen in de gansche bevolking het fraai te houden, waarmede alle herdachten worden geëerd. Gezamenlijk wordt hierna gezongen: ‘Gelijk het gras is ons kortstondig leven', waarna het defilé langs het monument begon, waarbij een onafzienbare rij er zich schuivend langs bewoog. De muziekvereeniging speelde treur- en gewijde muziek. Hierna was dit plechtig gebeuren geëindigd.

Foto's van deze plechtigheid worden nog toegevoegd.
Naar de pagina van het Monument '40-'45