|
Skórt is jřb, maar broekstók is broekstók! Ons jaarlijkse uitstapje betekende dit keer een autoreis die vanwege onze beider werkzaamheden s' nachts moest beginnen. Toen we echter een flink aantal uren later op Amager aankwamen konden we ons niet bedwingen om direct een bezoek te brengen aan het kerkje en het museum te Store Magleby (voorheen Hollanderbyen). Zou deze speurtocht net zo'n succes worden als onze reis vorig jaar naar Keulen? Daar hebben wij een document gevonden waarin Urk 15 jaar eerder genoemd wordt dan ons bekend was (daar hoort u in de toekomst nog van)! De speurtocht naar eventuele Urker Denen werd ingezet en met de meeste gastvrijheid werden we op alle genoemde locaties ontvangen. Het museum, dat in de wintermaanden gesloten is, opende voor een aantal uren haar deuren en bij elke vraag kregen we alle medewerking om tot een antwoord te komen. Hier werden wij geattendeerd om een bezoek te brengen aan het zogenaamde 'Lokal Archiv' te Dragřr. Door de jaren heen heeft men hier een archief opgebouwd om jaloers van te worden. |
|
|
'Enige Urkers' |
![]() |
|
Hollandse
namen en runentekens |
|
|
Voor
altijd in de plooi
Het museum te Store Magleby bestaat uit twee gedeelten: een complete boerderij met inrichting en een tentoonstelling die geheel gewijd is aan de klederdracht. De Amager klederdracht, een van rijkste kostuums van Denemarken, verschilt veel van de andere streekkleding. Vooral imposant was de wijde broek van de mannen, een kledingstuk dat gelijkenis vertoonde met de broeken die de Friese-Hollandse zeelieden droegen, en ook nog bekend is op het Deense Westkusteiland Fanř. Men droeg 3 - 4 broeken over elkaar. De muts, zo groot als een ooievaarsnest, en betrokken met blauw kameelhaar, was uit dezelfde streek afkomstig en was in de 17de eeuw het normale hoofddeksel voor bootslieden, doch in 'Hollćnderbyen' werd voor nog niet zo heel lang geleden dit hoofddeksel gedragen door de getrouwde mannen. |
![]() |
|
Bij begrafenissen droegen de vrouwen een 'jřb', ( van het franse: 'jupe': rok). Deze zwarte rok werd in de taille vastgesnoerd en dan over het hoofd geslagen, waarbij de mooie roodblauwe waaier op de rug te zien kwam. De rouwgewoonte, de rok over het hoofd te slaan, was algemeen in Noord-Europa, maar niet erg flatterend, daar de voering van de rok over het hoofd was gebonden. De vaste voering en de waaier maakten het Amager kostuum echter mooier. Op Urk werd deze rok (skórt) binnenste buiten omgedaan, daardoor was de mooie kant bij het omslaan te zien. Een van ons heeft als kind zijn grootmoeder nog met zo'n schórt gezien, daarna is deze gewoonte ongeveer verdwenen. Wat wel interessant blijft: als deze rouwdracht een algemene gewoonte is geweest in de 16de eeuw in Noord-Europa, dan heeft Urk tot in de jaren zeventig een gebruik gekend dat zo'n slordige 500 jaar oud was! Een vrouw uit 'Hollćnderbyen' moest 11 verschillende schorten hebben, teneinde zich volgens haar stand te kunnen kleden. Beperkte ruimte laat helaas niet toe nader hierop in te gaan. Genoemd moet echter worden het zilver met de grote broche, de geborduurde zakdoeken en schortenband en het met linnen betrokken mutsje met keelbanden. Deze klederdracht verspreidde zich gelijktijdig met de Hollanders die naar de Deense gemeenten verhuisden en deze kleding werd tot aan 1892 gedragen. Bij het jubileum van Store Magleby Kerk in 1961 verschenen 70 vrouwen in deze oude familiekostuums. Ook op ander gebied was de textielkunst hoog ontwikkeld. Men weefde hier volgens de ingewikkelde 'beiderwand' techniek, anders nog slechts bekend in Sleeswijk. Men maakte ook zeer gecompliceerd borduurwerk. |
|
|
Vergelijking |
![]() |
| Die afbeeldingen van Valentyn Bing en Brćt van Ueberfeldt geven ook enige herkenning als het om de mannendracht gaat. Onze eerste indruk was: 'zet die man een karrepoes of een viltjen op, dan zie je met niet al te veel verbeelding een 'knappe Urreker'. Bij nader inzien geven de afbeeldingen uit de 19de eeuw meer aanknopingspunten. Wij denken dan niet aan Urk, maar aan Marken en ook de andere Zuiderzeeplaatsen. Ook Zeeland komt in beeld want de mannen op Amager droegen muilen met op de neus een rood hartje. Dit hartje komen we in dezelfde vorm tegen op het eiland Walcheren, echter dan weer als 'blookje' of 'muiltje' voor de vrouwen. |
![]() |
| We zouden kunnen beginnen met een voorlopige conclusie (voor een betere houden wij ons aanbevolen): De Amagerdracht is sinds 1521 van verschillende Noorhollandse en Zuiderzee klederdrachten, verder geëvolueerd tot dat wat het uiteindelijk is geworden; Wie wil, bijvoorbeeld onder de indruk van de mannendracht (denk aan een prachtig rood imd, het rökkien en de mooie wijde broek (niet uit 26 stukken en zonder klappe), het 'nog' gekleurde doekien), kan veel overeenkomsten zien met de Urker dracht, maar daar blijft het toch (helaas) bij. Wie nuchter vergelijkt ziet meer overeenkomst bij de Marker mannendracht. Bovendien stelden we steeds dezelfde vraag: 'waar zijn de broekstukken?' | |
![]() |
|
|
Happen
naar adem Als we later nog wat in het boekenwinkeltje van het museum neuzen, treffen we een boek aan met nog andere knopen. Midden tussen allerlei knopen staren we een beetje verdwaasd naar een prachtig Urker keelknoop. De gouden knoop heeft de bekende eikelvorm en het filigrein ligt er prachtig bovenop. De verwarring slaat toch wel een beetje toe: 'we zien bij de mannendracht van Amager geen keelknopen en broekstókken, maar waar komen deze dan vandaan?'. |
|
|
Skórt,
keelknopen en... de oudste broekstókken We gaan verder met de keelknopen. Hier kunnen we kort over zijn. Pas wanneer we de juiste afmetingen uit het Nationaal Museum te Kopenhagen hebben ontvangen, kan gezegd worden of de knoop een Urker keelknoop is! De Urker keelknopen wijken in hun afmetingen af van de op andere plaatsen gedragen keelknopen met het opgelegde filigrein. De Urker maten zijn (volgens het oudst bekende aantekenboekje van een goudsmid die knopen voor Urk maakte) afwijkend van die op de Veluwe gedragen werden. De breedte: 22 mm (op de Veluwe: 24 mm), hoogte: 12 mm. Over de broekstókken kunnen we meer vertellen. De enige afwijking met broekstókken die we tot op vandaag op Urk dragen is de kabelrand om de broekstókken. Deze kabelrand is waarschijnlijk later in gebruik gekomen vanwege de slijtgevoeligheid. De afbeelding is onmiskenbaar Jozef en de vrouw van Potifar. De merktekens op de achterkant van de knopen vertellen een aantal interessante gegevens. De Urker goudsmid Henk van Slooten kon ons de benodigde informatie vertstrekken. De broekstókken zijn gemaakt in Nederland en wel te Amsterdam. Het merkteken 'M' vertelt ons dat de broekstókken door Jakob Mense gemaakt zijn. Het gaat om broekstókken van het zogenaamde 2e gehalte zilver, dat is heel normaal. Jakob Mense heeft zijn meesterteken gebruikt tussen 1729 en 1752. Vervolgens geeft de jaarletter 'B' aan dat de broekstókken gemaakt zijn in het jaar 1736 (het gaat hier om een ander gebruik van de merk- en jaarletters dan na 1807, bron: de Waarborg te Gouda). Deze Waarborg te Gouda reageerde zeer enthousiast op het bericht omdat er niet zoveel bekend is over Nederlandse sieraden uit die tijd. In dit geval betreft het een klederdrachtstuk en dat maakt het allemaal zeer bijzonder. De oudste tot nu toe, bij ons, bekende broekstókken op Urk dateren van 1821. Dit betekent in ieder geval dat deze broekstókken in het Nationaal Museum te Kopenhagen de oudst bekende Urker broekstókken zijn! Bovendien dragen de broekstókken een tot nu toe onbekende variant van de bijbelse afbeelding van Jozef en de vrouw van Potifar, naast de vijf bij ons bekende varianten. Hoe weten we dat het hier gaat om Urker broekstókken? Van alle in Nederland bekende broekstukken zijn de bijbelse afbeeldingen zoals die op Urk gedragen worden over het algemeen niet gebruikelijk. Een enkel verdwaald stel broekstukken is te vinden in het museum te Middelburg (kleinere zilveren knoopjes zijn te vinden in het museum 'de Schotse huizen'). Ook in Staphorst komen we bijvoorbeeld de afbeelding van Jozef en de vrouw van Potifar tegen, maar dan alleen als enkele broeksknoop, de zogenaamde 'dikke tons' of klepstukken (gedragen op de hoeken van de broeksklap). Dan nog blijft de vraag open hoe deze Urker broekstókken in het Nationaal Museum te Kopenhagen terecht zijn gekomen. De enige bekende informatie daarover is dat de broekstókken in 1864 zijn aangekocht door het museum door een zeker heer Hřyer. Waarom ze zijn aangekocht en waar ze vandaan komen is verder nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat deze broekstókken niets met de eventuele komst van Urkers naar Amager van doen hebben omdat ze in het jaar 1736 zijn gemaakt. Het is wel een unieke vondst en levert het bewijs dat het gebruik van bijbelse voorstellingen op Urker broekstókken dateert van voor 1736. Uitdaging Tot
slot is tijdens deze hele speurtocht bij ons een vraag boven gekomen:
Waarom hebben we op Urk (met alle respect voor de inmiddels uitgebrachte
werken over dit onderwerp) geen gedegen totaal-onderzoek naar de geschiedenis
van de Urker klederdracht? Wat we weten van de klederdracht gaat over
het algemeen niet verder dan de 19e eeuw. Is het misschien een uitdaging
voor sommigen om hier eens serieus werk van te maken? Verder blijven voor
ons nog vele vragen open. Misschien wordt hier later nog eens op teruggekomen. |
|