Skórt is jřb, maar broekstók is broekstók!

Ons jaarlijkse uitstapje betekende dit keer een autoreis die vanwege onze beider werkzaamheden s' nachts moest beginnen. Toen we echter een flink aantal uren later op Amager aankwamen konden we ons niet bedwingen om direct een bezoek te brengen aan het kerkje en het museum te Store Magleby (voorheen Hollanderbyen). Zou deze speurtocht net zo'n succes worden als onze reis vorig jaar naar Keulen? Daar hebben wij een document gevonden waarin Urk 15 jaar eerder genoemd wordt dan ons bekend was (daar hoort u in de toekomst nog van)! De speurtocht naar eventuele Urker Denen werd ingezet en met de meeste gastvrijheid werden we op alle genoemde locaties ontvangen. Het museum, dat in de wintermaanden gesloten is, opende voor een aantal uren haar deuren en bij elke vraag kregen we alle medewerking om tot een antwoord te komen. Hier werden wij geattendeerd om een bezoek te brengen aan het zogenaamde 'Lokal Archiv' te Dragřr. Door de jaren heen heeft men hier een archief opgebouwd om jaloers van te worden.

'Enige Urkers'
Het doel van onze reis was om een antwoord te vinden op de vraag of er enige resten te vinden waren van die 'enige Urkers' die, volgens Cruys Voorbergh, in 1521 naar Amager waren geëmigreerd (zie ook het originele verhaal van Cruys Voorbergh dat wij op velerlei verzoek op een aparte pagina hebben weergegeven). Met de overdracht van Magleby Sřndre (zie ook het stukje geschiedenis van de Hollanders te Amager in het Urkerland van afgelopen maandag), volgde ook de middeleeuwse dorpskerk, die omstreeks 1611 geheel werd omgebouwd door de Hollanders tot een protestantse Hollandse kerk: het voorbeeld hiervoor was de in 1925 afgebroken kerk in Oterleek, waar de eerste kolonisten o.a. vandaan kwamen. De steunpilaren en de driekantige koorgevel zijn gotisch, wat men vaak ziet in dit renaissance kerktype. Het zegel van Amager van 1648 heeft deze kerk als afbeelding, doch de gelijkenis moet betwijfeld worden. Een document, gevonden in de windwijzer, beschrijft de grote verbeteringen die bij de verbouwing in 1731 plaats vonden en waar de toren acht ellen hoger werd. Bij deze laatste verbouwing kreeg de kerk zijn tegenwoordige - prachtige - gestalte.

maglebykerk.jpg (22775 bytes)

Hollandse namen en runentekens
Bij het kerkje te Store Magleby liggen een aantal oude grafstenen. Van de teksten is weinig meer te lezen en ze zijn helaas nooit opgetekend. De namen van de Hollanders in de lijsten uit 1521 bestaan uit de bekende oude Hollandse namen zoals bijvoorbeeld: Jansen, Hansen, Jacobsen, Willemsen, IJsbrantsen, Wijbrantsen en Sijbrantsen. Als we vervolgens kijken naar de namen die van de elfde tot de negentiende eeuw voorkomen op Urk (P.J. Meertens en L.Kaiser, Het eiland Urk, p. 330 vv) dan zien we wel overeenkomsten. Echte bewijzen zijn hier echter niet te halen. Bovendien bestaan er verschillende theorieën over de families en waar deze zich uiteindelijk op Amager gevestigd hebben. We kwamen ook nog een lijst met 30 oude merktekens tegen in het zeer goed verzorgde 'Lokal Archiv'. Als we de op Urk bekende merktekens vergelijken dan zijn er twee die op elkaar lijken, maar de beste conclusie lijkt ons dat het eenvoudigweg om de oude runentekens gaat, net als op Urk (oud-Germaans schriftteken die op Urk werden gebruikt om land te markeren en in de zogenaamde geveltekens of 'makeloartjes').

Voor altijd in de plooi
Het museum te Store Magleby bestaat uit twee gedeelten: een complete boerderij met inrichting en een tentoonstelling die geheel gewijd is aan de klederdracht. De Amager klederdracht, een van rijkste kostuums van Denemarken, verschilt veel van de andere streekkleding. Vooral imposant was de wijde broek van de mannen, een kledingstuk dat gelijkenis vertoonde met de broeken die de Friese-Hollandse zeelieden droegen, en ook nog bekend is op het Deense Westkusteiland Fanř. Men droeg 3 - 4 broeken over elkaar.
De muts, zo groot als een ooievaarsnest, en betrokken met blauw kameelhaar, was uit dezelfde streek afkomstig en was in de 17de eeuw het normale hoofddeksel voor bootslieden, doch in 'Hollćnderbyen' werd voor nog niet zo heel lang geleden dit hoofddeksel gedragen door de getrouwde mannen.

Bij begrafenissen droegen de vrouwen een 'jřb', ( van het franse: 'jupe': rok). Deze zwarte rok werd in de taille vastgesnoerd en dan over het hoofd geslagen, waarbij de mooie roodblauwe waaier op de rug te zien kwam. De rouwgewoonte, de rok over het hoofd te slaan, was algemeen in Noord-Europa, maar niet erg flatterend, daar de voering van de rok over het hoofd was gebonden. De vaste voering en de waaier maakten het Amager kostuum echter mooier. Op Urk werd deze rok (skórt) binnenste buiten omgedaan, daardoor was de mooie kant bij het omslaan te zien. Een van ons heeft als kind zijn grootmoeder nog met zo'n schórt gezien, daarna is deze gewoonte ongeveer verdwenen. Wat wel interessant blijft: als deze rouwdracht een algemene gewoonte is geweest in de 16de eeuw in Noord-Europa, dan heeft Urk tot in de jaren zeventig een gebruik gekend dat zo'n slordige 500 jaar oud was!

Een vrouw uit 'Hollćnderbyen' moest 11 verschillende schorten hebben, teneinde zich volgens haar stand te kunnen kleden. Beperkte ruimte laat helaas niet toe nader hierop in te gaan. Genoemd moet echter worden het zilver met de grote broche, de geborduurde zakdoeken en schortenband en het met linnen betrokken mutsje met keelbanden. Deze klederdracht verspreidde zich gelijktijdig met de Hollanders die naar de Deense gemeenten verhuisden en deze kleding werd tot aan 1892 gedragen. Bij het jubileum van Store Magleby Kerk in 1961 verschenen 70 vrouwen in deze oude familiekostuums.

Ook op ander gebied was de textielkunst hoog ontwikkeld. Men weefde hier volgens de ingewikkelde 'beiderwand' techniek, anders nog slechts bekend in Sleeswijk. Men maakte ook zeer gecompliceerd borduurwerk.

Vergelijking
Als we naar de klederdracht kijken dan blijft een dubbel gevoel achter. In de eerste plaats zijn we bij het zien van de zwarte rok (jřb), die over het hoofd geslagen werd bij begrafenissen, en het exemplaar dat toont hoe deze rok werd geplooid, geneigd om overeenkomst te zien met de Urker skórt die in dezelfde geplooide vorm bij de bakker werd gebracht om daarna 'voor altijd' in de plooi te blijven. Wie de dracht van de vrouwen ziet raakt onder indruk van de diversiteit van deze rijke dracht, de kinderen lijken zo van de litho's van Valentyn Bing en Brćt van Ueberfeldt te komen. Verder zien we geen kraplappen, maar wel borstrokken (de borstrok wordt door de Urker vrouw nog slechts bij bepaalde gebeurtenissen gedragen en is door de kraplap verdrongen); geen ulle, wel een soort van kapertjen; veel borduurwerk, geen kant; wel meulen, maar zonder initialen, die komen terug 'aan' de sieraden.

Die afbeeldingen van Valentyn Bing en Brćt van Ueberfeldt geven ook enige herkenning als het om de mannendracht gaat. Onze eerste indruk was: 'zet die man een karrepoes of een viltjen op, dan zie je met niet al te veel verbeelding een 'knappe Urreker'. Bij nader inzien geven de afbeeldingen uit de 19de eeuw meer aanknopingspunten. Wij denken dan niet aan Urk, maar aan Marken en ook de andere Zuiderzeeplaatsen. Ook Zeeland komt in beeld want de mannen op Amager droegen muilen met op de neus een rood hartje. Dit hartje komen we in dezelfde vorm tegen op het eiland Walcheren, echter dan weer als 'blookje' of 'muiltje' voor de vrouwen.
We zouden kunnen beginnen met een voorlopige conclusie (voor een betere houden wij ons aanbevolen): De Amagerdracht is sinds 1521 van verschillende Noorhollandse en Zuiderzee klederdrachten, verder geëvolueerd tot dat wat het uiteindelijk is geworden; Wie wil, bijvoorbeeld onder de indruk van de mannendracht (denk aan een prachtig rood imd, het rökkien en de mooie wijde broek (niet uit 26 stukken en zonder klappe), het 'nog' gekleurde doekien), kan veel overeenkomsten zien met de Urker dracht, maar daar blijft het toch (helaas) bij. Wie nuchter vergelijkt ziet meer overeenkomst bij de Marker mannendracht. Bovendien stelden we steeds dezelfde vraag: 'waar zijn de broekstukken?'

Happen naar adem
Van alle musea in Kopenhagen is het 'Nationaal Museet' beslist de moeite waard. Met een lichte kater wat betreft de klederdracht besloten we in dit museum vooral te gaan kijken bij de afdeling over de 16de eeuw. Tussen de vele kerkelijke kunst hingen bij de Reformatie Luther en Erasmus gebroederlijk naast elkaar. Opvallend was een houtsnijwerk van het Laatste Avondmaal waar midden op tafel een schaal stond met daarop een gebraden lammetje. Zo'n verwijzing naar de joodse Pesachmaaltijd zie je niet zo vaak. We vervolgden onze weg en naderden een zaal met daarin Zilverwerk uit de periode 1500 tot 1660. Argeloos liepen we naar binnen tot onze lopende beweging leek te bevriezen, in de vitrine voor onze neus lag een paar broeksknopen van zeer goede kwaliteit! De afbeelding op de broeksknopen was zo scherp dat je direct de afbeelding van Jozef en de vrouw van Potifar herkende. 'Bing-go', dachten we, en hapten naar adem...

Als we later nog wat in het boekenwinkeltje van het museum neuzen, treffen we een boek aan met nog andere knopen. Midden tussen allerlei knopen staren we een beetje verdwaasd naar een prachtig Urker keelknoop. De gouden knoop heeft de bekende eikelvorm en het filigrein ligt er prachtig bovenop. De verwarring slaat toch wel een beetje toe: 'we zien bij de mannendracht van Amager geen keelknopen en broekstókken, maar waar komen deze dan vandaan?'.

Skórt, keelknopen en... de oudste broekstókken
Na thuiskomst uit het zeer vriendelijke Amager kan begonnen worden met de verwerking. Bij ons zijn twee vragen overgebleven: waar komt die 'jřb' vandaan en hoe zit het met de keelknopen en de broekstókken?
Wie zich verdiept in de rouwdracht in Nederland en rondom de Zuiderzee, ontdekt de meest prachtige en indrukwekkende rouwgebruiken. Die rouwgebruiken waren er niet voor niets. De herontdekking van rouwgebruiken en rouwrituelen door onze samenleving spreekt voor zich. Na een lange speurtocht naar de met de Urker skórt overeenkomende rouwgewaden, kunnen we stellen dat dit gebruikelijk was in: Friesland, het gaat dan wel om een geplooid gewaad, maar niet om een rok; Staphorst, maar daar is de afwijking ook te groot; Wieringen, waar het rouwgewaad meer een soort zak was die over het hoofd werd laten zakken. En hoe zit het met Marken? Marken stond aanvankelijk toch het dichtst bij de door ons aangetroffen klederdracht op Amager? Een tekening van Ronjat, van een begrafenis op Marken, laat zien dat er geen rouwgewaden gedragen werden die lijken op de Urker skórt. Nou wordt het echt spannend! We kunnen niet anders concluderen dan dat de enige in Nederland gevonden overeenkomst te vinden is in de Urker skórt!Dat betekent echter nog niet dat we het bewijs hebben gevonden!

We gaan verder met de keelknopen. Hier kunnen we kort over zijn. Pas wanneer we de juiste afmetingen uit het Nationaal Museum te Kopenhagen hebben ontvangen, kan gezegd worden of de knoop een Urker keelknoop is! De Urker keelknopen wijken in hun afmetingen af van de op andere plaatsen gedragen keelknopen met het opgelegde filigrein. De Urker maten zijn (volgens het oudst bekende aantekenboekje van een goudsmid die knopen voor Urk maakte) afwijkend van die op de Veluwe gedragen werden. De breedte: 22 mm (op de Veluwe: 24 mm), hoogte: 12 mm.

Over de broekstókken kunnen we meer vertellen. De enige afwijking met broekstókken die we tot op vandaag op Urk dragen is de kabelrand om de broekstókken. Deze kabelrand is waarschijnlijk later in gebruik gekomen vanwege de slijtgevoeligheid. De afbeelding is onmiskenbaar Jozef en de vrouw van Potifar. De merktekens op de achterkant van de knopen vertellen een aantal interessante gegevens. De Urker goudsmid Henk van Slooten kon ons de benodigde informatie vertstrekken. De broekstókken zijn gemaakt in Nederland en wel te Amsterdam. Het merkteken 'M' vertelt ons dat de broekstókken door Jakob Mense gemaakt zijn. Het gaat om broekstókken van het zogenaamde 2e gehalte zilver, dat is heel normaal. Jakob Mense heeft zijn meesterteken gebruikt tussen 1729 en 1752. Vervolgens geeft de jaarletter 'B' aan dat de broekstókken gemaakt zijn in het jaar 1736 (het gaat hier om een ander gebruik van de merk- en jaarletters dan na 1807, bron: de Waarborg te Gouda). Deze Waarborg te Gouda reageerde zeer enthousiast op het bericht omdat er niet zoveel bekend is over Nederlandse sieraden uit die tijd. In dit geval betreft het een klederdrachtstuk en dat maakt het allemaal zeer bijzonder. De oudste tot nu toe, bij ons, bekende broekstókken op Urk dateren van 1821. Dit betekent in ieder geval dat deze broekstókken in het Nationaal Museum te Kopenhagen de oudst bekende Urker broekstókken zijn! Bovendien dragen de broekstókken een tot nu toe onbekende variant van de bijbelse afbeelding van Jozef en de vrouw van Potifar, naast de vijf bij ons bekende varianten. Hoe weten we dat het hier gaat om Urker broekstókken? Van alle in Nederland bekende broekstukken zijn de bijbelse afbeeldingen zoals die op Urk gedragen worden over het algemeen niet gebruikelijk. Een enkel verdwaald stel broekstukken is te vinden in het museum te Middelburg (kleinere zilveren knoopjes zijn te vinden in het museum 'de Schotse huizen'). Ook in Staphorst komen we bijvoorbeeld de afbeelding van Jozef en de vrouw van Potifar tegen, maar dan alleen als enkele broeksknoop, de zogenaamde 'dikke tons' of klepstukken (gedragen op de hoeken van de broeksklap). Dan nog blijft de vraag open hoe deze Urker broekstókken in het Nationaal Museum te Kopenhagen terecht zijn gekomen. De enige bekende informatie daarover is dat de broekstókken in 1864 zijn aangekocht door het museum door een zeker heer Hřyer. Waarom ze zijn aangekocht en waar ze vandaan komen is verder nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat deze broekstókken niets met de eventuele komst van Urkers naar Amager van doen hebben omdat ze in het jaar 1736 zijn gemaakt. Het is wel een unieke vondst en levert het bewijs dat het gebruik van bijbelse voorstellingen op Urker broekstókken dateert van voor 1736.

Uitdaging
Afsluitend zouden wij willen stellen dat er ten aanzien van de opmerking van Cruys Voorbergh in zijn verhaal, dat er in 1521 naast verschillende Hollanders ook 'enige Urkers' naar Amager zouden zijn vertrokken, tot nu toe geen concrete bewijzen gevonden zijn.Toch stellen wij vast dat de overeenkomst tussen de Urker skórt en de Amager jřb wel erg frappant is. Wij zijn geneigd om te zeggen dat hier sprake moet zijn van een geëvolueerde vorm van de Urker skórt. Als dit waar is dan heeft Urk zoiets als een 'verloren stam' teruggevonden. Zou Store Magleby dan niet uitstekend geschikt zijn om als dorp bevriende banden mee aan te knopen. Maar ja, ook hier is misschien de wens de vader van de gedachte. Aan het verhaal over de broekstókken hoeven we niets meer toe te voegen: dat zijn Urker broekstókken! U begrijpt dat we nu natuurlijk willen weten wat het verhaal achter deze broekstókken is. Maar daarover later meer!

Tot slot is tijdens deze hele speurtocht bij ons een vraag boven gekomen: Waarom hebben we op Urk (met alle respect voor de inmiddels uitgebrachte werken over dit onderwerp) geen gedegen totaal-onderzoek naar de geschiedenis van de Urker klederdracht? Wat we weten van de klederdracht gaat over het algemeen niet verder dan de 19e eeuw. Is het misschien een uitdaging voor sommigen om hier eens serieus werk van te maken? Verder blijven voor ons nog vele vragen open. Misschien wordt hier later nog eens op teruggekomen.

Meindert Hakvoort en Jelle van Slooten